kunstboek samenvatting

  • 1.2 venus van willendorf
    1500 BCE

    1.2 venus van willendorf

    voorstelling: naakte vrouw, kijkt omlaag, staat recht, geslachtskenmerken overdreven weergegeven, kort haar
    vormgeving: verticaal, 3D, gesneden uit oölitisch kalksteen, gekleurd met rode oker
  • 1.2 mannetje van willemstad
    1500 BCE

    1.2 mannetje van willemstad

    voorstelling: hoofd van een man, lachend, alleen gezicht, heeft wat lijkt op een lichaam zonder armen en benen.
    vormgeving: van eikenhout, bruine kleur van hout, kijkt vooruit, geen beweging, 3D
  • Period: 1500 BCE to 800 BCE

    1.2 prehistorie

    archeologie grotschilderingen, steentijd en bronstijd, organische vormen, gestileerde tekeningen, krassen/graveren, reliëf. voorstellingen zijn alledaags.
  • Period: 800 BCE to 150 BCE

    1.3 de grieken

    steeds meer kijken naar hoe de mens eruit ziet: van statisch naar dynamisch, vaasschilderingen, gestileerd, decoratieve vormen, steeds realistischer en idealistisch. voorstelling: goden, sporters, filosofen, vaak naakt. 3 verschillende tempels: dorisch, ionisch en korintisch.
  • Period: 753 BCE to 490

    1.4 romeinen

    overname/verbetering op de grieken, verisme, propaganda, marmeren kopieën van brons, keizerportretten, fresco's, triomfbogen
  • 1.3 discuswerper
    450 BCE

    1.3 discuswerper

    voorstelling: naakte man, gespierd, staand, lichaam gebogen, gespierd, kijkt naar rechts, discus in hand.
    vormgeving: gemaakt van brons, beweging, 3D, gesloten vorm, contrapost, verticaal.
  • speerdrager
    440 BCE

    speerdrager

    Voorstelling: naakte man, staan, benen in contraposthouding, een arm gebogen, gespierd, boomstam, kijkt naar rechts, handen ontspannen
    Vormgeving: dynamisch, marmer, gesloten vorm, stofuitdrukking, verticaal, suggestie van beweging, 3D, witte kleur van het marmer
  • 1.4 romeinse agora
    15 BCE

    1.4 romeinse agora

    voorstelling: groot, rechthoekig gebouw, verticale palen, 2 toegangspoorten
    vormgeving: 3D, verticaal, lang en best dun, witte kleur, kalksteen.
  • 1.4 colosseum
    70

    1.4 colosseum

    voorstelling: groot gebouw, ronde vorm, bogen, meerdere ingangen, 4 lagen, 3e en 4e laag meeste van afgebroken door de jaren.
    vormgeving: 3D, horizontaal, gemaakt uit travertijn, tufsteen, beton en baksteen, witte kleur.
  • Period: 500 to 1453

    2.2 byzantijnse kunst

    byzantium= istanbul, ook richting italië: ravenna. kenmerken: architectuur= centraalbouw. schilderkunst= iconen, afbeeldingen van heiligen, vaak met gouden achtergrond, gestilleerd, contouren, plat. mozaïeken ook afbeeldingen van keizers
  • 2.2 hagia sophia
    537

    2.2 hagia sophia

    voorstelling: groot gebouw, rond vormig dak, 4 torens omheen, een grootte ingang.
    vormgeving: 3D, verticaal, holle bakstenen, witte kleur groene pilaren.
  • 2.2 ivoren kruis
    1000

    2.2 ivoren kruis

    voorstelling: kleine kruis, rechthoekige vorm met twee stukjes aan de zijkant, gaten voor symbolen
    vormgeving: 3d, verticaal, gemaakt uit ivoor, goude kleur, symbolen in de kruis
  • Period: 1000 to 1200

    2.3 romaans

    vroege middeleeuwen, kloosters, pelgrims, gelovigen, alles draait om de kerk. kunst heeft een christelijke boodschap en helpt bij het begrijpen van de mis/dienst. architectuur: kerk is kruisvormig (plattegrond) rondbogen, massieve muren, kleine ramen, laagbouw, schip, transpect. schilderkunst: gestilleerd/organische figuren peperkoekannetjes. weining diepte, beetje overlapping. donkere kleuren
  • 2.3 corpus cristi
    1100

    2.3 corpus cristi

    voorstelling: hangende man, kijkt naar beneden, dun, ontspannen, beetje gekrult haar,
    vormgeving: vetricaal, 3D, geen beweging, marmer, witte kleur, gesloten vorm.
  • 2.3 westwerk kerk
    1100

    2.3 westwerk kerk

    voorstelling: grote rechthoekige kerk, twee gelijke verticale torens
    vormgeving: 3D, meer horizontaal, gemaakt van kolenzandsteen, grijzige kleur
  • Period: 1140 to 1500

    2.4 gotische

    late middeleeuwen. architectuur: hoogbouw, verticaliteit, glas in lood ramen, spitsbogen, buitenkant luchtbogen, kruisribgewelven, straalkapellen rondom de apsis (=koor). schilder kunst en beeldhouwkunst: gedetailleerde menselijk lichaam, slanker, plooien, ook lichtere kleuren. meer diepte, overlapping, verkleining, hoger plaatsen. glas in lood raam zorgt voor kleurrijk en dus goddelijk licht in de kerk
  • 2.4 legende van sint franciscus
    1295

    2.4 legende van sint franciscus

    voorstelling: heilige man, in een stad, onderdanen, arme man, kleurijk
    vormgeving: dynamsich, 2D, suggestie van beweging, op een kerk muur gemaakt, vele kleuren, verticaal uitgebeeld.
  • Period: 1300 to

    2.5 ME of RE

    3 kunstwerken (giotto, van eyck, bosch) overgangsperiode, met het ene been in de middeleeuwen, met het andere in de renaissance. ontdekking olieverf, droogt langzaam dus kun je langer mee werken, veel kleurkracht en glans. goed voor stofuitdrukking. meer perspectief, wat meer realistischer dan de echte middeleeuwen. KB: blz 42 en 43.
  • Period: 1400 to

    3.2 renaissance

    3 kunstwerken. renaissance = wedegeboorte van de klassieke oudheid. dus niet alleen christelijke onderwerpen/ voorstellingen maar ook weer goden en mythen. in groot formaat. kunstenaars kijken meer naar de natuur en naar anatomie, perspectief, symmetrie, harmonie ook in beeldhouwkunst. gulden snede. kunstenaar als homo universalis (= alleskunner) Raphael, leonardo, michelangelo, donatelo.
  • 2.4 madonna met kind
    1504

    2.4 madonna met kind

    voorstelling: vrouw met baby in hand, staan, kijkt omlaag, staat niet helemaal recht, een arm ontspannen.
    vormgeving: verticaal, 3D, dynamisch, marmer, lijkt te gaan bewegen, witte kleur.
  • Period: 1520 to

    3.3 maniërisme

    2 kunstwerken. jongere broertje van de renaissance, lichaamshouding zijn ingewikkeld, kleuren meer pastel/zacht, anatomie overdreven ( bijv. uitgerekte lichamen). kunstenaars streven naar een soort superperfectie 'kijk een wat ik kan!' technische trucjes
  • lorenzo de  medici
    1531

    lorenzo de medici

    voorstelling: zittende man in een nis met een eigentijdse harnas, linkerarm gebogen naar hoofd, hand voor mond, andere arm rust op bovenbeen, knieen beetje uit elkaar, voeten gekruist, sierlijke helm
    vormgeving: gesloten vorm, marmer, stofuitdrukking
  • madonna met lange nek
    1540

    madonna met lange nek

  • Period: to

    3.4 barok

    4 kunstwerken ( 2 uit boek 2 zelf, tip: 1 uit IT 1 uit FR en 2 uit NL). barokperiode loopt in IT en FR anders dan in NL. in IT en FR is de kerk en het hof (koning) nog steeds belangrijkste opdrachtgever. barok is reactie op protestantisme: gelovigen terug naar de katholieke kerk. dus kunst is uitbundig, theatraal, dramatisch, heftige/ donkere kleuren, clair-obscur (extreem licht- donker contrast) contrereformatie.
    goude eeuw
  • Period: to

    3.5 rococo

    2 kunstwerken, jongere broertje van de barok, overdadig, frivool (speels/cheeky), erotisch getint, pastelkleuren, parklandschappen, herders. grillige/ golvende vormen die asymmetrisch zijn= rocaille. intrieurs waar beeldhouwwerk overgaat in architectuur. veel servies